De gemeente Tynaarlo heeft in de afgelopen jaren een gevarieerde kunstcollectie opgebouwd. Het gemeentebestuur wil graag dat iedereen van die kunstwerken kan meegenieten. Daarom is er in het gemeentehuis in Vries een expositie ingericht met als titel:"Pronken." U kunt er schilderijen bekijken van Jeroen Krabbé, Maja Wildevuur, Kees Thijn, Siemen Dijkstra, Marcus Délanjo en vele andere kunstenaars.
Harry Tupan, Conservator Hedendaagse Kunst Drents Museum te Assen ter gelegenheid van de solo-expositie in Pulchri Studio/Den Haag op zaterdag 1 november 2008 (citaten uit de openingstoespraak)
De schilderijen van Kees Thijn zijn symbolische kunstwerken. De betekenis van de symbolische werken kan de beschouwer zelf invullen. Het werk bestaat uit grotendeels herkenbare voorwerpen zoals bij voorbeeld: schaakstuk, roestige spijker of bloemen en alle rechtstreeks naar de natuur geschilderd.
Gerard Dou heeft een lange traditie als fijnschilder nagelaten en ergens op het meest moderne punt van die traditie staat het werk van Kees Thijn. Kees is een fijnschilder maar daar is iets bijzonders mee aan de hand. In zijn werken komen twee aspecten aan de orde: associatie en transformatie. Als hij net begonnen is om heel precies een vlinder, een porseleinen vaas of iets anders te schilderen, is het net of hij daar halverwege het proces zelf van staat te kijken en dat iets weer associeert met iets anders, of iets invult wat daarmee contrasteert. Bijvoorbeeld een vaas die fraai melkwit is geschilderd waar vervolgens melk uitloopt. Kees Thijn is een fijnschilder die voortdurend met zijn product bezig is terwijl hij dat kunstwerk maakt. Dat is het spannende.
In de jaren zestig van de vorige eeuw werd een Nederlandse schilder populair die de zon liet schijnen in de grauwe wederopbouwstraten van Amsterdam. Dat was Melle, ik weet nog heel goed dat er in die tijd een tentoonstelling van Melle was te zien in galerie Mokum, de beroemde Amsterdamse galerie.
De schilderijen van Kees Thijn tonen een breed scala van onderwerpen: de mens (en vooral het portret), het dier, de plant, het stilleven en thema’s met een ingewikkelder en vaak allegorische structuur.
Voert in de eerste jaren een verhalende symboliek de boventoon, na verloop van tijd komt er meer ruimte voor een eenvoudiger thematiek. Die symboliek is vooral in vele vroege schilderijen heel expliciet te zien en blijkt in zijn latere werk niet te verdwijnen, maar meer verscholen en subtieler aanwezig te blijven.