De schilderijen van Kees Thijn tonen een breed scala van onderwerpen: de mens (en vooral het portret), het dier, de plant, het stilleven en thema’s met een ingewikkelder en vaak allegorische structuur.
Voert in de eerste jaren een verhalende symboliek de boventoon, na verloop van tijd komt er meer ruimte voor een eenvoudiger thematiek. Die symboliek is vooral in vele vroege schilderijen heel expliciet te zien en blijkt in zijn latere werk niet te verdwijnen, maar meer verscholen en subtieler aanwezig te blijven.
De thema’s zijn onder te verdelen in reeksen, zoals bijv. een zevendelige serie van deurtjes, of stillevens met een bepaald idee (balans), en zo is er meer van zijn werk onder te brengen in aan elkaar verwante gedachteovereenkomsten.
De formaten verschillen van zeer kleine miniatuurachtige stilleventjes tot grote monumentale schilderijen van bijv. de trotse haan, de amusante kop van een varken, de vlinder op een zonnebloem; maar wat de benadering van al zijn werken betreft: die is van een ver doorgevoerde detaillering.
Soms verwerkt hij daarin absurde situaties, die een neiging vertonen naar een Jeroen Bosch-achtig surrealisme.
De autodidact die Thijn van oorsprong eigenlijk is, probeert zo eerlijk mogelijk zijn objecten weer te geven. Hierbij moet de intuïtie hem helpen en zijn scherpe waarneming en analytisch vermogen ondersteunen hem daarbij in zijn vormgeving. Ieder te maken schilderij is voor hem, ook technisch, een avontuurlijke uitdaging en prikkelt zijn nieuwsgierigheid naar het resultaat of dit uiteindelijk wel heeft gebracht, wat hij er zich van had voorgesteld.
Nu is Thijn zelf kritisch genoeg om niet te gauw tevreden te zijn en hij kan de discipline opbrengen op een werkstuk door te gaan tot de perfectie in de uitvoering is bereikt.
Het werk van Kees Thijn neemt in Drenthe een aparte plaats in en staat daarin geheel op zichzelf. Als er al een behoefte zou bestaan om zijn oeuvre stilistisch op zijn merites te omschrijven, dan zou men dit kunnen scharen onder het “fijn-schilderen” of neo-realisme met een knipoog naar het surrealisme, maar het is de vraag, of dit nodig is.
Thijn zelf maakt zich geen zorgen over een etiket op zijn werk. Hij wil zich zo goed mogelijk uiten en tracht dit te doen door te schilderen in een duidelijke en heldere taal voor zichzelf en (vaak met een boodschap) naar de mensen toe.