De schilderijen van Kees Thijn zijn symbolische kunstwerken. De betekenis van de symbolische werken kan de beschouwer zelf invullen. Het werk bestaat uit grotendeels herkenbare voorwerpen zoals bij voorbeeld: schaakstuk, roestige spijker of bloemen en alle rechtstreeks naar de natuur geschilderd.
Deze voorwerpen dienen er toe om ons te laten geloven dat het allemaal echt gebeurd is op de schilderijen van Kees Thijn. Het moet dan echter wel functioneel geschilderd zijn. Een enkele keer komt er een fantastisch object in voor, maar over het algemeen zijn het voorwerpen uit het dagelijks leven. De dingen zijn normaal maar sommige dingen zijn toch minder normaal dan andere. Niet de objecten zijn zozeer vervormd maar de ruimte er omheen is raadselachtig; met de zwaartekracht wordt een loopje genomen, er zweven dingen die in werkelijkheid niet zweven. Bij de hemel heeft Kees steeds de neiging om die als een gordijn open te spreiden. De luchten zijn vaak donker maar die dienen toch vooral om ruimte te scheppen en er dingen tegen te laten afsteken. Op mij maakt het een opgewekte en speelse indruk, het heeft ook een zekere humor.Van de titels wordt je net als bij de symbolist Goya niet veel wijzer. Nu is het de gewoonte om bij dergelijke raadselachtige voorstellingen de betekenis te zoeken in het privé-leven van de kunstenaar, een “slechte gewoonte”. Zo heeft bij Kees de reeks vazen betrekking op de mentale onttakeling van zijn inmiddels overleden echtgenote. Maar je hoeft het verhaal niet te kennen om de schilderijen te waarderen. Sterker nog de kijker heeft eigenlijk met de kunstenaar niets te maken. Het werk moet op eigen benen kunnen staan. Deze mooie en boeiende kunstwerken zijn functioneel geschilderd; dat betekent bij Kees Thijn fijnschilderen. De raadselachtigheid van de voorstellingen vraagt dat ook. Wanneer je een verhaal wilt vertellen in de symbolistische kunst dan moet je wel je toevlucht nemen tot een precieze uitwerking. Wil de voorstelling geloofwaardig zijn dan moet het ook plastisch zijn, om zo te zeggen “met handen grijpbaar zijn”. Pas als we de grijpbaarheid zien als we in die appel, peer, haan of eierschaal geloven, dan geloven we ook de rest van de constellatie wel waarin dat plaatsvindt. We moeten door de plastiek van de voorwerpen verleid worden om de totaliteit van de absurde voorstelling serieus te nemen. Er moet dus een overeenstemming van doel en middelen zijn. Dat is bijna de definitie van professionaliteit en dat geldt ook voor het werk van Kees Thijn. Naast symbolische schilderijen en stillevens schildert Kees Thijn overigens ook portretten.