In de jaren zestig van de vorige eeuw werd een Nederlandse schilder populair die de zon liet schijnen in de grauwe wederopbouwstraten van Amsterdam. Dat was Melle, ik weet nog heel goed dat er in die tijd een tentoonstelling van Melle was te zien in galerie Mokum, de beroemde Amsterdamse galerie.
Galerie Mokum was gespecialiseerd in realisme van alle mogelijke pluimage, surrealisten, magisch realisten metarealisten. Zij schilderden een wereld die doorgaans alleen in je dromen bestaat, een wereld vol ongerijmdheden waarin de grenzen van het hier en nu en daar, van dag en nacht, tijd en plaats opgeheven worden. Er wordt een spel mee gespeeld. Alles op die schilderijen zag er eigenlijk volkomen normaal uit, keurig geschilderd zoals het hoort, stillevens, mensen, stads pleinen, onweersluchten, maar met de combinatie van al deze elementen in het dagelijks leven was iets grondig mis, al wist je nooit direct wat precies.
We hoeven ons maar de schilderijen van Carel Willink en Moesman voor de geest te halen om te weten wat ik bedoel. Een naakte vrouw met een brief in haar hand die door een chique buurt van Amsterdam loopt, een andere naakte vrouw op een fiets in een Utrechtse dwarsstraat, het zou kunnen maar ze deden het eigenlijk nooit. Maar op die schilderijen van deze realisten, magisch-, meta- of sur- was het doodgewoon. Zulke raadselbeelden gaven mij als jongeling de overtuiging dat het in dergelijke schilderijen pas om echte kunst ging; zoals de schilderkunst uit de middeleeuwen en de renaissance ook vol raadselbeelden is.
Kunst is, zo vond ik, voordat het modernisme ons dwong daar anders over te denken een schilderij waarvan je niet direct begrijpt wat het te zeggen heeft, waar je naar de bedoeling moet raden en de boodschap van moet leren verstaan. Ernstige kunst ook want doorgaans zagen zulke taferelen er ook wat somber uit alsof de wereld elk moment kon vergaan. Maar later verscheen Melle en toen werd het een vrolijke boel. Melle mengde zonnige kleuren op zijn palet; bij hem vlogen vissen door de lucht en bevonden de vogels zich onder water. Soms zwaaiden mannelijke geslachtsorganen als populieren in de wind. Wat een landschappen, dat was nog eens knap en gedurfd. Melle bracht erotiek in het surrealisme en sensualiteit, warmte en levenslust. Carel Wilink verbleekt daarbij; zijn Mathilde Willinks en Sylvia Quiels lagen er maar koud en ongenaakbaar bij als je de vleselijke warmte en natuur van Melle ervoer. Ik moet vandaag aan Melle denken omdat Kees Thijn in zekere zin voortkomt uit de school van Melle. Binnen alle modernismen van de afgelopen 60 jaar is het surrealisme zijn eigen stille weg gegaan. Na Melle zie je dat Wout Muller de grote navolger is als meester van het sensuele surrealisme, maar waar Melle de man van de vissen is, is Muller de schilder van slakken en paddestoelen die in zijn werken een erotische rondedans uitvoeren.
In het werk van Kees Thijn komen we ook wel een paar slakken tegen maar vooral pluimvee, hanen en kalkoenen en vlinders. En net als Melle en Muller is Kees Thijn de schilder van raadselbeelden. In tegenstelling tot de geschilderde wereld van Melle en Muller gaat het bij Kees Thijn om nog weer andere thema’s. Weliswaar lijkt de milde humor van het absurdisme en de hier en daar geraffineerd verwerkte beeldgrapjes de boventoon te voeren; de landschappen zijn vol gerimpelde appeltjes en de recente serie van witte vazen verwijzen naar iets heel anders, naar het verval der dingen, de onttakeling, ja zelfs aftakeling waar alles en iedereen in de stoffelijke wereld uiteindelijk vroeg of laat aan onderhevig is. Humor, relativisme en melancholie zijn dan ook de hoofdrolspelers in de surrealistische theaterscènes van Kees Thijn. Al doet het denken aan Melle en sommige andere surrealisten, het is een strikt persoonlijke wereld.
Maar er is nog een andere overeenkomst, zowel Melle , Muller als Kees Thijn zijn autodidacten, ze moesten ploeteren om te kunnen uitdrukken wat ze wilden om greep te krijgen op vorm en stoffering en compositie. Maar juist daardoor bleven ze trouw aan zichzelf, geen kunstacademie, geen lesjes in kunstgeschiedenis hebben hen afgehouden van de door hun betreden weg. Probeer in contact te komen met wat de taferelen van Kees Thijn te zeggen hebben, wat hij u te vertellen heeft. Laat u meevoeren in zijn wereld en geniet van zijn grote vindingrijkheid